De wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken heeft fundamentele wijzigingen doorgevoerd aan de wijze waarop fiscale misdrijven vanaf 2020 vervolgd zullen worden.

De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie inzake het non bis in idem-beginsel ligt aan de basis. De Belgische wetgever getracht de strafrechtelijke en administratieve handhavingsmechanismen in fiscalibus op elkaar af te stemmen.

Tijdens dit webinar zullen al de wijzigingen worden besproken.

Programma

12:00 - 14:00
  1. Inleiding: problematiek van het ‘non bis in idem-beginsel’ - parallelle en opeenvolgende straf- en fiscale procedures

 

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt in het artikel 4.1 dat niemand het voorwerp kan uitmaken van een berechting of bestraffing voor een strafbaar feit indien hij daarvoor reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld. Dat principe werd door ons Hof van Cassatie als een algemeen rechtsbeginsel geponeerd.

 

Ook administratieve boetes die door de fiscus worden opgelegd kunnen echter strafrechtelijk van aard zijn. We staan stil bij de criteria waarop beslist wordt of een administratieve sanctie een strafrechtelijk karakter verkrijgt.

 

Sinds lange tijd woedt dan ook een discussie of nog strafrechtelijk kan opgetreden worden na het opleggen van een definitieve administratieve sanctie (of omgekeerd) kunnen worden gevoerd.

 

We gaan kort in op de evoluties ter zake in de laatste decennia. Tot 2009 werd geoordeeld dat na een fiscale sanctie alsnog een strafrechtelijke sanctie kon worden opgelegd, omdat beide systemen verschillende doelstellingen nastreven (het sanctioneren van wangedrag enerzijds en het verzekeren van de inning van de belastingen anderzijds) en de bestanddelen van de inbreuken wezenlijk verschillend waren. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2009 echter dat indien beide procedures aan de basis dezelfde of substantieel dezelfde feiten hebben, een dergelijke opeenvolging van strafrechtelijke en fiscaalrechtelijke vervolgingen en bestraffingen niet mogelijk is.

 

Wat het gelijktijdig of opeenvolgend voeren een fiscale en strafrechtelijke procedure over dezelfde of substantieel dezelfde feiten, rijzen tevens belangrijke vragen inzake de wapengelijkheid tussen de overheid en de belastingplichtige/verdacht. Het fiscaal recht legt immers een principiële medewerkingsplicht van de belastingplichtige aan het fiscaal onderzoek op, terwijl het strafrecht uitgaat van een principieel zwijgrecht van de verdachte. Dé reden waarom de samenwerking tussen fiscus en openbaar ministerie historisch strikt geregeld is en aan strenge voorwaarden is onderworpen. We brengen enkele belangrijke principes uit het strafrecht en het fiscaal recht in herinnering die de wisselwerking tussen beide procedures situeren.

 

  1. De wet van 20 september 2012 tot instelling van het “una via”-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes

 

De wetgever kwam met de wet van 20 september 2002 tegemoet aan de opmerkingen van het EHRM.

 

Hierbij werd het “una via”-overleg ingevoerd, waarbij de fiscus en het openbaar ministerie over concrete operationele dossiers gezamenlijk overleg kunnen plegen teneinde, onder andere, te beslissen of het dossier door het parket dan wel door de fiscus zal worden behandeld.

 

Daarnaast werd een regeling ingevoerd waarbij de invordering van de fiscale sancties en belastingverhogingen werden geschorst indien voor dezelfde feiten de strafvordering werd ingesteld. De vrijspraak of veroordeling maakte de opeisbaarheid definitief onmogelijk.

 

Het Grondwettelijk Hof oordeelde in 2014 echter dat deze regeling het non bis in idem-beginsel schond, omdat een strafrechtelijke vervolging en veroordeling mogelijk bleef na het opleggen van een definitieve administratieve sancties (de sanctie was immers definitief geworden, louter de tenuitvoerlegging daarvan werd geschorst).

 

We bespreking de inhoud en gevolgen van de wet van 2012 en de vernietiging ervan.

 

  1. Nieuwe inzichten door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie

 

Vanaf 2016 oordelen zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie dat het opleggen van administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter én strafrechtelijke sancties voor dezelfde of substantieel dezelfde feiten toch mogelijk is, indien deze bestraffing gebeurt binnen een  geïntegreerd sanctiesysteem. De procedures moeten daarbij evenwel op elkaar afgestemd zijn en niet onafhankelijk van elkaar worden gevoerd, binnen een korte tijd worden afgewikkeld, voldoende voorzienbaar zijn en niet disproportioneel zijn (met andere woorden, er dient rekening te worden gehouden met de eerder opgelegde administratieve sanctie bij het bepalen van de latere strafsanctie, de zogenaamde ‘aanrekening’).

 

  1. De wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek

 

De wet van 5 mei 2019 poogt tegemoet te komen aan de rechtspraak van het EHRM en het HvJ sinds 2016.

 

Tijdens de presentatie gaan we omstandig - en praktisch - in op de nieuwigheden die vanaf 2020 in werking treden.

 

De wet wijzigt vooreerst de bepalingen inzake het una via-overleg. Thans zal de fiscus verplicht zijn om feiten van ‘ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd’, aan te geven bij het openbaar ministerie. De nadere criteria zullen in een nog te publiceren Koninklijk Besluit worden uitgewerkt. Het openbaar ministerie beslist vervolgens of het de feiten vervolgt, of het de fiscus de administratieve afhandeling doet verrichten.

 

Voor ‘gewone fiscale fraude’ bestaat dus geen aangifteplicht van de fiscus richting parket meer.

 

Omgekeerd moet het openbaar ministerie de fiscus in kennis stellen van alle dossiers waarin het aanwijzingen van fiscale fraude (zowel gewone als ernstige) vaststelt, en dit zowel tijdens het opsporings- als gerechtelijk onderzoek. De fiscus krijgt automatisch inzagerecht en het recht op een afschrift van het dossier, behalve indien dit de strafprocedure kan schaden.

 

Vervolgens worden in de vijf federale fiscale wetboeken twee belangrijke bepalingen ingeschreven die de aanrekening van de eerder opgelegde fiscale administratieve sancties en belastingverhogingen bij het nadien vaststellen van een strafsanctie regelt.

 

Tevens wordt de mogelijkheid om een bijzondere verbeurdverklaringen van de onwettige vermogensvoordelen, met name de uit de fiscale fraude ontdoken belasting uit te spreken, onmogelijk gemaakt, wanneer de vordering van de fiscus gegrond wordt verklaard en de belastingschuld werd betaald. De beklaagde zal dus aan de toepassing van een zware verbeurdverklaring kunnen ontsnappen indien het ‘spontaan’ de belastingen regulariseert.

 

De correctionele rechtbank zal zich vanaf 2020 ook uitspreken over de fiscale vordering en gevolgen, en dit zowel bij veroordeling als bij vrijspraak voor de strafrechtelijke inbreuken. De fiscus verkrijgt de hoedanigheid van tussenkomende derde, die voor de strafrechter een burgerlijke vordering kan instellen wat betreft de belastingen, opdeciemen, intresten, verhogingen, boetes en toebehoren. Hierdoor is het niet meer nodig om na een vrijspraak voor fraude de burgerlijke rechtbank te adiëren ter vordering van de belastingen, of om na een strafrechtelijke veroordeling de belastingen in te kohieren (waartegen opnieuw een procedure mogelijk is bij de burgerlijke rechtbank). Eventuele burgerlijke procedures worden stopgezet en verder gezet voor de strafrechter. De maatregel is controversieel maar moet leiden tot een drastische inperking van de tijdsduur waarbinnen de belastingen effectief worden geïnd.

 

De wet van 5 mei 2019 bevat tevens een belangrijke bepaling die betrekking heeft op de derde-beslagene in strafzaken. Deze derde-beslagene is actueel reeds verplicht om binnen de 15 dagen een verklaring af te leggen van de sommen en zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Wanneer deze derde-beslagene geen of een onjuiste verklaring aflegt, zal deze schuldenaar kunnen worden verklaard van het geheel of een deel van de oorzaak van het beslag en de kosten ervan.

 

  1. Gevolgen van de nieuwe wet in de praktijk voor de fiscus, het openbaar ministerie, de rechtbank, de financiële instelling en de belastingplichtige/beklaagde

 

We gaan omstandig in op de impact die de wet heeft op elk van de actoren:

 

-              De fiscus als tussenkomende derde in de strafprocedure

-              De rol van de procureur des Konings bij de keuze tussen de administratieve en strafrechtelijke weg

-              De strafrechter als fiscale rechter

-              De financiële instelling als derde-beslagene

-              De rechtsbescherming voor de belastingplichtige/beklaagde in deze nieuwe procedure

 

  1. Tot slot worden nog enkele specifieke topics uitgelicht:

 

-              Het vervolgingsprerogatief van de procureur des Konings is tanend: de fiscus beslist en het parket moet volgen?

-              Hoe verhoudt de federale regeling zich tot de regeling in de Vlaamse Codex Fiscaliteit?

-              De opgelegde fiscale sancties worden aangerekend aan de daaropvolgende strafsancties en de verbeurdverklaring van de ontdoken belasting wordt onmogelijk indien deze belasting alsnog wordt voldaan. Het mes op de keel om alsnog te dwingen om over te gaan tot de betaling van de belasting? 

 

Sprekers

frank_vandewalle
Meester Frank Vandewalle
advocaat-vennoot, Antaxius

Frank Vandewalle is Lic. Rechten KULAK Kortrijk en KU Leuven, 1986. Hij heeft een bijzondere licentie Maritieme Wetenschappen, Ufsia, 1987 en is gegradueerd in de Fiscale Wetenschappen, EHSAL, 1989. Sinds 1986 is hij advocaat aan de Balie te Antwerpen. In 1995 richtte hij met Erik Gevers en Marian Vanden Broeck het kantoor op. Frank Vandewalle is auteur van diverse fiscale publicaties en spreker op seminaries en opleidinge

Lees meer
Meester Philip Vermoote
advocaat, Antaxius

.

Lees meer

Praktische informatie

Tijdstip 12 december 2019 12.00u - 14.00u
Locatie Webinar U volgt de opleiding op een locatie naar keuze (zoals thuis of op kantoor), waardoor u tijd en verplaatsingskosten uitspaart.
Prijs

115 EUR (excl btw)

 
Attest

Orde van Vlaamse Balies

BIBF/IBR

IAB-0580/2019-01

 

2 punten

2 uren

1,5 uren

 

Extra

Live webinar

U kunt dit webinar enkel live bekijken op opgegeven data.

Inschrijven

U zal worden doorverwezen naar de Opleidingen site van Wolters Kluwer. Hier kan u zich verder inschrijven.

Contact

klantendienst
Klantendienst
Klantenservice, Wolters Kluwer - MD Seminars

Heeft u vragen met betrekking tot uw inschrijving, factuur, ..., contacteer dan onze klantendienst.

info.mdseminars@wolterskluwer.com
015/45 34 30

Lees meer