In deze bijdrage maakt de auteur een kritische analyse n.a.v. een passage in de Memorie van toelichting van het voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het nieuw Burgerlijk Wetboek (p.32):

“Het voorontwerp neemt afstand van de hiervoor besproken rechtspraak die het voor een contractpartij in de regel onmogelijk maakt om een buitencontractuele vordering in te stellen tegen een hulppersoon van een medecontractant. Zij kunnen voortaan dus ook buitencontractueel aangesproken worden door de benadeelde medecontractant van hun opdrachtgever.

In dit verband moet er echter op gewezen worden dat hulppersonen zich op grond van art. 5.92, § 2, van deze titel zullen kunnen beroepen op de eventuele beperkingsbedingen in de hoofdovereenkomst: “Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.”.

Deze "afschaffing van de immuniteit van de uitvoeringsagent" zou volgens de auteur een "spectaculaire uitbreiding van de externe bestuurdersaansprakelijkheid" kunnen betekenen.

Volledig artikel en bron: Corporate Finance Lab

Gerelateerde opleidingen

Meer weten?

Aansprakelijkheid bestuurders binnen nieuw insolventie/vennootschapsrecht - sessie 9 op onze Zomerse wetsdagen - door Mr. Rik Galle

Bestuurdersaansprakelijkheid de lege ferenda - sessie 15 op onze Juristendagen - door Mr. Alain François en Mr. Runa Vander Eeckt

Impact recente en komende hervormingen op aansprakelijkheid oprichters en bestuurders - sessie 17 op onze Juristendagen - door prof. Philippe Ernst