Samenvatting

Het Hof zendt de prejudiciële vraag betreffende artikel III.26, § 2, WER, terug naar de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Antwerpen.

Artikel III.26, § 2, WER werd opgeheven bij artikel 2 van de wet van 2 mei 2019 « tot wijziging van het Wetboek van Economisch Recht wat de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen betreft ». Aangezien procedurewetten van onmiddellijke toepassing zijn, is de bij die wet doorgevoerde wijziging van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet, zijnde tien dagen nadat zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. Die wijziging is bijgevolg van toepassing op de procedures die hangende zijn op 27 mei 2019, met name in het kader van de procedure die aanleiding heeft gegeven tot de vraag die in casu bij het Hof aanhangig is gemaakt. Rekening houdend met de opheffing van de in het geding zijnde bepaling en de feiten van de zaak zoals zij blijken uit het dossier dat is voorgelegd aan de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, dient de zaak te worden teruggezonden naar de verwijzende rechter opdat hij nagaat of een prejudiciële vraag nog dienstig is.

Referentieregel

Grondwettelijk Hof nr. 205/2019, 19 december 2019 (prejudiciële vraag)

Lees hier de tekst van het arrest

Gerelateerde opleidingen

De recente wijzigingen aan de burgerlijke procedure door o.m. Potpourri VI en VII komen uitgebreid aan bod tijdens het seminarie Actualia Burgerlijk Procesrecht.