n een recente voorafgaande beslissing (nr. 17023 van 2 augustus 2017) heeft VLABEL zich voor het eerst uitgesproken over de fiscale gevolgen op het vlak van de registratiebelasting van de inbreng van een onroerend goed in een burgerlijke maatschap, alsook bij de ontbinding ervan.

Concreet betrof het de inbreng door een echtpaar X en Y, gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen, van meerdere onroerende goederen (appartement, gezinswoning en enkele percelen grond) die hen in onverdeeldheid toebehoren. Daarnaast brengt de heer X ook nog een perceel grond in in de burgerlijke maatschap dat tot zijn eigen vermogen behoort. Het opzet van de oprichting van de burgerlijke maatschap is de bescherming van het onroerend goed patrimonium. Het echtpaar wenst te voorkomen dat na hun overlijden de twee kinderen zouden overgaan tot de verkoop van de onroerende goederen.

Aan VLABEL werd de vraag gesteld hoe deze inbreng zal worden belast, alsook wat de fiscale gevolgen zijn bij een eventuele ontbinding van de burgerlijke maatschap.

Bron/lees het volledige artikel: Cazimir

Gerelateerde opleiding

Dit najaar zal Mr. Jos Ruysseveldt, professor Fiscale Hogeschool/HUBrussel en advocaat-vennoot bij Ruysseveldt, de meest relevante clausules van de burgerlijke maatschap analyseren tijdens de gelijknamige studienamiddag 'De burgerlijke maatschap: een analyse van de meest relevante clausules'. De standpunten van VLABEL komen uitgebreid aan bod.