Voordeel alle aard/beroepskosten ‘valse hybride’: fiscus voegt definitie van ‘overeenstemmend voertuig’ toe in KB/WIB 1992

Om misbruik te voorkomen, voerde de fiscus een specifiek stelsel in om het voordeel van alle aard (VAA) en de beroepskosten met betrekking tot “valse hybride-voertuigen″ te berekenen.

“Valse hybrides″ zijn oplaadbare hybride voertuigen (zgn. ‘plug-in hybrides’) die deels werken op brandstof en deels op een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij geen aanzienlijk gebruik van het voertuig toelaat via deze energiebron.

De fiscus heeft een stelsel ingevoerd zodat het voordeel van alle aard (VAA) en de beroepskosten met betrekking tot een “valse hybride″ berekend worden, abstractie makend van de elektrische batterij en bijgevolg met een CO2-uitstoot die volledig berekend wordt op de aandrijving via brandstof.

Praktisch gezien is, voor een vanaf 1 januari 2018 aangekocht oplaadbaar hybridevoertuig (dat aan bepaalde voorwaarden voldoet) de in aanmerking te nemen uitstoot gelijk aan deze van het overeenstemmende voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof ( art. 36, § 2, negende lid , WIB 1992).

Een KB van 5 september 2019 voegt een definitie van “overeenstemmend voertuig″ toe aan het KB/WIB 1992.

Voor een bespreking van deze bepalingen, zie De Broeck Van Laere

Bron: Koninklijk besluit van 5 september 2019 tot wijziging van het KB/WIB 1992 op het stuk van het begrip overeenstemmend voertuig, BS 17 september 2019.