In een arrest van 30 januari 2018 - n.a.v. een prejudiciële vraag van de Nederlandse Raad van State, deed de Grote Kamer van het Hof van Justitie van de EU in een langverwacht mijlpaalarrest uitspraak over de verhouding tussen EU-recht en lokaal handelsvestigingsbeleid.

De uitspraak werpt een nieuw licht op het Vlaams Decreet van 15 juni 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, dat op 1 januari 2018 in werking trad.

Volledig artikel en bron: GD&A advocaten

HvJ (Grote kamer), 30 januari 2018, in de gevoegde zaken C‑360/15 en C‑31/16

„Prejudiciële verwijzing – Diensten op de interne markt – Richtlijn 2006/123/EG – Werkingssfeer – Artikel 2, lid 2, onder c) – Uitsluiting van elektronische-communicatiediensten en ‑netwerken – Artikel 4, punt 1 – Begrip ‚dienst’ – Detailhandel in producten – Hoofdstuk III – Vrijheid van vestiging van dienstverrichters – Toepasselijkheid in zuiver interne situaties – Artikel 15 – Aan evaluatie onderworpen eisen – Territoriale beperking – Bestemmingsplan dat de activiteit van niet-volumineuze detailhandel in buiten het stadscentrum gelegen geografische gebieden verbiedt – Bescherming van het stedelijk milieu – Vergunning voor elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten – Richtlijn 2002/20/EG – Financiële lasten verbonden aan de rechten om faciliteiten voor een openbaar netwerk voor elektronische communicatie te installeren”

Lees de tekst van het arrest hier