De wetgever verduidelijkt op welke mede-eigendommen de dwingende regels over de gedwongen mede-eigendom van gebouwen en groepen van gebouwen - het zgn. appartementsrecht - van toepassing zijn. Voor bepaalde mede-eigendommen, bv. woonparken of mede-eigendommen waarin niet alle privatieve gedeelte zijn gebouwd, was er heel wat rechtsonzekerheid. Vooral de regel dat er sprake moest zijn van een gebouwd privatief gedeelte zorgde voor problemen. Die worden nu weggewerkt.

Voortaan is het appartementsrecht van toepassing op ‘ieder onroerend goed waarop een gebouw of groep van gebouwen is opgericht of kan worden opgericht waarvan het eigendomsrecht verdeeld is volgens kavels die elk een privatief gedeelte en een aandeel in gemeenschappelijke onroerende goederen bevatten’.

Ook de gevallen waarin kan afgeweken worden van de gedetailleerde en beschermende dwingende regels, worden herschreven. Afwijkingen kunnen voortaan als de aard van de gemene delen dat rechtvaardigt, en enkel mits instemming van alle mede-eigenaars. Een basisakte waarin afzonderlijke privatieve delen worden ingesteld moet verleden worden.

Ook de regels voor de oprichting van deelverenigingen worden aangepast. Als het gebouw of de groep van gebouwen twintig kavels of meer telt kan de basisakte bepalen dat er een of meer deelverenigingen worden opgericht voor de kavels van een of meer gebouwen van de groep van gebouwen. En wanneer in een gebouw een fysieke scheiding in duidelijk te onderscheiden onderdelen aanwezig is, zijn deelverenigingen ook mogelijk voor de kavels van één of meer van die onderdelen.

Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2019. Er is wel voorzien in overgangsregels. Aan een afwijking op de toepassing van de dwingende regels van de gedwongen mede-eigendom die geldig is genomen vóór 1 januari 2019 kan niet geraakt worden.

Bron: Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, BS 2 juli 2018 (art. 163 en 179)