Verzekeringsrecht - Vordering tot schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid - Arbeidsongeschiktheid van een ambtenaar of een werknemer die het slachtoffer is van een ongeval - Aansprakelijkheid van een derde - Vergoeding voor de schade van de werkgever - 1. Werkgevers van de openbare sector - 2. Privéwerkgevers

Samenvatting

De art. 1382 en 1383 BW en art. 95 wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen schenden de art. 10 en 11 Gw niet in zoverre de bepalingen ervan, in de interpretatie die het Hof van Cassatie eraan geeft, met name in zijn arrest van 4 februari 2014 (P.13.0992.N), op het vlak van vergoeding van de schade die de werkgever heeft geleden als gevolg van de loondoorbetaling een verschil in behandeling invoeren tussen, enerzijds de derde die aansprakelijk is voor een ongeval (of diens b.a. verzekeraar) waarvan een ambtenaar het slachtoffer is en, anderzijds, de derde die aansprakelijk is voor een ongeval (of diens b.a. verzekeraar) waarvan een werknemer uit de privésector het slachtoffer is, wanneer de werkgever in de publieke sector hieromtrent een arbeidsongevallenverzekering heeft afgesloten. Vermits het overheidsbestuur, op grond van art. 14, par. 3, wet arbeidsongevallen overheidspersoneel wordt gesubrogeerd in de rechten van het slachtoffer ten aanzien van de verantwoordelijke voor het ongeval, wordt de arbeidsongevallenverzekeraar van het overheidsbestuur, ofschoon er tussen hem en het slachtoffer geen rechtstreekse rechtsverhouding bestaat, gesubrogeerd in de rechten van het slachtoffer of diens rechthebbenden ten aanzien van de derde die aansprakelijk is voor het ongeval. Krachtens art. 47 en 48ter arbeidsongevallenwet wordt ook de arbeidsongevallenverzekeraar in de privésector gesubrogeerd in de in die bepalingen vermelde rechten die het slachtoffer kon doen gelden tegen de derde die aansprakelijk is voor het ongeval. De omstandigheid dat de overheid zich - hoewel zij daartoe niet verplicht is - verzekert voor de eigen schade die zij kan lijden als gevolg van het ongeval op de weg naar en van het werk van een ambtenaar, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat zij ruimere verplichtingen heeft dan de werkgever in de privésector. Die verzekering tot vergoeding van schade heeft immers betrekking op de verplichting voor de overheid om het loon van de ambtenaar door te betalen, hoewel zij daar geen arbeidsprestaties voor in de plaats ontvangt. Daarentegen dient de werkgever in de privésector, na het verstrijken van de periode van het gewaarborgd loon, niet langer in te staan voor de doorbetaling van het loon van de werknemer die het slachtoffer van een dergelijk ongeval is geworden bij een verzekeraar. Dat verschil, in samenhang met de verplichting voor de derde die aansprakelijk is voor het ongeval om, krachtens art. 1382 en 1383 BW, de schade integraal te vergoeden, verantwoordt dat de voor het ongeval aansprakelijke derde een hogere schadevergoeding dient te betalen naargelang het slachtoffer een ambtenaar of een werknemer in de privésector is.

Verwijsregel

Grondwettelijk Hof nr. 10/2018, 1 februari 2018 (prejudiciële vraag)