Samenvatting 

De dertigjarige verkrijgende verjaring veronderstelt een dertigjarig bezit, vrij van gebreken, maar niet noodzakelijkerwijze te goeder trouw. Deze verjaring wordt gestuit, in de zin van artikel 2243 van het Burgerlijk Wetboek, door de inbezitneming door een derde van het goed dat tot op dat moment in het bezit was van anderen.

 

Het bezit kan niet meer als ongestoord worden gekenmerkt, zodra de verus dominus per e-mail zijn aanspraken op het betwiste goed heeft kenbaar gemaakt aan de bezitter.

 

Luidens de artikels 2220 en 2221 van het Burgerlijk Wetboek is het toegelaten om stilzwijgend afstand te doen van verkregen verjaring, op voorwaarde dat voormelde afstand wordt afgeleid uit een daad die doet veronderstellen dat men dat recht opgeeft. Het formuleren van een aanbod om het terrein aan te kopen, door de bezitters van dat terrein, maakt een stilzwijgende afstand van verjaring uit.

Referentieregel

Vred. Binche 8 februari 2018

Vindplaats

T.Vred. 2018, afl. 7-8, 323, noot POPA, R.

Gerelateerde opleidingen

Op 11.12.2018 geeft Mr. Marijn De Ruysscher (Lydian) op onze studienamiddag "De Verjaringeen globaal overzicht van de beginselen, de berekeningsproblematiek en recentste rechtspraak inzake verkrijgende en uitdovende verjaring.

Deze studienamiddag gaat door in Gent.