Samenvatting
Wanneer de zaakvoerders, gewezen zaakvoerders en alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, betrokken zijn bij een faillissement met schulden ten aanzien van een inningsorganisme van de sociale zekerheidsbijdragen dat eveneens wordt uitgesproken op de datum van het faillissement van de vennootschap waarvan de sociale schulden het voorwerp uitmaken van de in artikel 265, §2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen bedoelde aansprakelijkheid, wordt het eerstgenoemde faillissement voor de toepassing van artikel 265, §2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen geacht zich te hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het laatstgenoemde faillissement (1).

(1) Cass. 24 maart 2016, AR C.15.0166.N, AC 2016, nr. 217, met concl. OM; wat de ratio legis van deze bepaling betreft: zie Grondwettelijk Hof 8 mei 2014, nr. 79/2014, B.6 en B.9.2, dat een eerder arrest van 17 september 2009, nr. 139/2009, bevestigt.

Verwijzingsregel
Cass. (1e k.) AR C.16.0390.N, 7 april 2017 (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid / F.H.)

Lees de tekst van het arrest hier

 

Gerelateerde opleiding

Dit arrest zal besproken worden tijdens onze jaarlijkse update Vennootschapsrecht.