HvJ (1e k.) nr. C-469/15 P, 27 april 2017 (FSL Holdings NV, Firma Léon Van Parys NV, Pacific Fruit Company Italy SpA / Commissie)

Hogere voorziening – Mededinging – Mededingingsregelingen – Europese bananenmarkt in Griekenland, Italië en Portugal – Coördinatie bij de vaststelling van de prijzen – Ontvankelijkheid van de door nationale belastingautoriteiten overgelegde bewijzen – Rechten van de verdediging – Berekening van het bedrag van de geldboete – Omvang van de rechterlijke toetsing – Kwalificatie ‚overeenkomst die strekt tot beperking van de mededinging’

Samenvatting 1

Artikel 12 verordening 1/2003/EG van de Raad, 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, beoogt specifiek, de samenwerking tussen de autoriteiten binnen het Europese netwerk van mededingingsautoriteiten te vereenvoudigen en te bevorderen door de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken. Daartoe wordt in lid 1 van dat artikel bepaald dat voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU de Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten de bevoegdheid hebben, elkaar alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen en deze als bewijsmiddel te gebruiken, met dien verstande dat in het bijzonder in lid 2 van dat artikel nader wordt aangegeven waarvoor die informatie mag worden gebruikt. Uit deze bepalingen kan dus niet worden afgeleid dat deze de uitdrukking vormen van een meer algemene regel die de Commissie zou verbieden, door andere nationale autoriteiten dan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten doorgegeven informatie te gebruiken om de enkele reden dat deze informatie met betrekking tot andere onderwerpen was verzameld. Een dergelijke regel zou de rol van de Commissie bij het toezicht op de juiste toepassing van het mededingingsrecht van de Unie bovenmatig belemmeren.

Samenvatting 2

Om uit te maken of een overeenkomst in die mate schadelijk is dat zij als een mededingingsbeperking naar strekking kan worden aangemerkt, dient te worden gelet op de bewoordingen en de doelstellingen van de betrokken overeenkomst alsook op de economische en juridische context ervan. Met betrekking tot overeenkomsten houdende vaststelling van de prijzen, die bijzonder ernstige inbreuken op de mededinging vormen, kan de analyse van de economische en juridische context van de praktijk dus worden beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om tot de slotsom te kunnen komen dat er sprake is van een mededingingsbeperking naar strekking. (Art. 101, lid 1, VWEU).

Vindplaats

http://curia.europa.eu (28 april 2017), concl. KOKOTT, J.; Pb C 26 juni 2017 (dispositief), afl. 202, 2 en http://eur-lex.europa.eu (26 juni 2017); SEW 2017 (weergave ESSENS, O., EVANS, S., VAN KRAANEN-BELHAJ, S., DE LEEUW, M., VERHOEVEN, M.), afl. 9, 376

Lees hier de tekst van het arrest

 

Gerelateerde opleidingen

Meer weten? Tijdens onze Juristendagen zal mr. Joost Haans (counsel, Baker Mckenzie) de sessie "Contracten met concurrenten" verzorgen.

Deze sessie gaat door op 30.08.2018 in Antwerpen.