Samenvatting

Een exoneratiebeding voor schade veroorzaakt door verborgen gebreken is slechts geldig wanneer de verkoper dat gebrek niet kende (art. 1643 BW), maar kwade trouw (kennis van de gebreken) van de verkoper wordt niet vermoed. De kopers dragen m.a.w. de bewijslast van het feit dat de verkopers op het ogenblik van de verkoop van de gebreken kennis hadden of moesten hebben maar die niet meedeelden.

Het vermoeden van kennis van het gebrek in hoofde van de gespecialiseerde verkoper kan niet mutatis mutandis toegepast worden op de verkopers die als ‘zelfbouwer’ (van een woning bestemd voor eigen bewoning) niettemin leek zijn in het vak.

Evenwel moet elke voorzichtige zelfbouwer weten dat er passende maatregelen vereist zijn om een kelder waterdicht te maken indien geopteerd wordt voor een ander concept dan een waterdichte kuip, en dat desgevallend op een vakman een beroep moet worden gedaan om de waterdichtheid van de overgangen tussen vloer en muur te verzekeren. Zo niet, is de onwetendheid van de verkopers aangaande de gebrekkige waterdichting aan hun eigen nalatigheid te wijten en kunnen zij zich niet te goeder trouw beroepen op het exoneratiebeding opgenomen in de verkoopakte.

Referentieregel & vindplaats

Brussel (20e k.) 20 februari 2018, TBO 2018, afl. 4, 327 

 

Gerelateerde opleidingen

Tijdens onze studiedag 'Koop-verkoop van onroerend goed' zal mr. Bart Van Baeveghem de voornaamste actua en rechtspraak toelichten.