Referentieregel:

Cass. (1e k.) AR C.16.0330.N, 28 september 2017 (Herma D.I.Y. nv / E.G., Prodiverti bvba)

 

Samenvatting:

Het recht van de huurder op de uitzettingsvergoeding krachtens artikel 25, eerste lid, 3° en 6°, Handelshuurwet ontstaat respectievelijk op het tijdstip dat de verhuurder, zonder van een gewichtige reden te doen blijken, het voornemen op grond waarvan hij de huurder uit het goed heeft kunnen zetten, niet ten uitvoer brengt binnen zes maanden en gedurende ten minste twee jaren, en op het tijdstip waarop de verhuurder of de nieuwe huurder vóór het verstrijken van een termijn van twee jaar, een soortgelijke handel begint, zonder dat hij hiervan aan de afgaande huurder ten tijde van diens uitzetting kennis heeft gegeven. Hieruit volgt dat het in artikel 25, eerste lid, Handelshuurwet, bedoelde akkoord pas vanaf dat tijdstip kan worden gesloten.

 

Vindplaats

Huur 2018, afl. 1, 26; Huur 2018, afl. 2, 71; http://www.cass.be (11 oktober 2017); TBO 2018, afl. 1, 37 en http://www.tbo.be/ (12 maart 2018); T.Not. 2018, afl. 1, 23

Lees hier de tekst van het arrest.

Gerelateerde opleidingen

Op 16.10.2018 organiseren we het seminarie "Actualia Handelshuur". Dr. Kristof Vanhove geeft dat een volledige update met focus op rechtspraak en komende wetgeving.

Dit seminarie gaat door in Leuven.