Referentieregel:

Grondwettelijk Hof nr. 69/2017, 15 juni 2017 (prejudiciële vraag)

 

Samenvatting:

Art. 18 handelshuurwet schendt art. 10 en 11 Gw niet in zoverre het, ten aanzien van de verhuurder, geen verplichtingen tot mededeling en tot informatie preciseert en oplegt met betrekking tot de voorwaarden van de aanhangigmaking bij de vrederechter indien er onenigheid blijft bestaan, terwijl art. 14 van dezelfde wet strenge vormvoorschriften oplegt aan de huurder die de hernieuwing aanvraagt, en zulks op straffe van verval van het recht op hernieuwing.

Het recht op hernieuwing, georganiseerd in de handelshuurwet van 30 april 1951, impliceert voor de verhuurder, ten opzichte van het gemeen recht van de overeenkomsten, een substantiële beperking van zijn contractuele vrijheid, zowel wat het gevolg van zijn stilzwijgen betreft als op het vlak van de redenen die hij kan aanvoeren om het bod te weren. Rekening houdend met die gevolgen, is het te begrijpen dat de wetgever wilde waarborgen dat de verhuurder over zijn verplichtingen inzake hernieuwing op betrouwbare wijze wordt ingelicht. De nietigheid als sanctie voor het weglaten van de bij artikel 14, eerste lid, opgelegde vermeldingen, blijkt niet onredelijk.

Het is redelijk verantwoord dat de wetgever het niet nodig heeft geacht aan de huurder gelijke informatie te waarborgen over zijn verplichting om zich, in het in art. 18 handelshuurwet gepreciseerde geval, op straffe van verval, binnen dertig dagen na het antwoord van de verhuurder tot de vrederechter te wenden. De huurder neemt immers het initiatief om de hernieuwing van de huurovereenkomst aan te vragen op grond van art. 14 van de wet, dat hem een recht op hernieuwing verleent teneinde de stabiliteit van zijn handelszaak te verzekeren. De verplichting voor de huurder om de verhuurder op de hoogte te brengen wordt verantwoord door de zorg van de wetgever die erin bestaat te vermijden dat die hernieuwing de verhuurder onverwacht wordt opgelegd, rekening houdend met de bij de in het geding zijnde wet aangebrachte substantiële beperking van zijn contractuele vrijheid.

 

Vindplaats

http://www.const-court.be (15 juni 2017); BS 22 september 2017 (eerste uitgave) (uittreksel), 87525 en http://staatsblad.be (25 september 2017); JLMB 2017, afl. 37, 1767 en http://jlmbi.larcier.be/ (27 november 2017), noot SPROCKEELS, D., VLIES, M.; NJW 2018, afl. 374, 19, noot BRULEZ, P.; RW 2017-18 (samenvatting), afl. 1, 39 en http://www.rw.be/ (8 september 2017); RW 2017-18 (samenvatting), afl. 9, 336 en http://www.rw.be/ (30 oktober 2017), noot –

Lees hier de tekst van het arrest.

Gerelateerde opleidingen

Op 16.10.2018 organiseren we het seminarie "Actualia Handelshuur". Dr. Kristof Vanhove geeft dat een volledige update met focus op rechtspraak en komende wetgeving.

Dit seminarie gaat door in Leuven.