In haar verdere strijd tegen de juridische constructies past de Regering het aanslagstelsel aan op volgende punten:

1. dubbelstructuren (ketenconstructies): de programmawet van 25 december 2017 bevat een wettelijke regeling om de toepassing van de doorkijkbelasting te verzekeren bij opeenstapeling van juridische constructies;

2. juridische constructies verpakt in bepaalde overeenkomsten: er wordt een nieuwe definitie van ‘juridische constructie’ ingevoerd. Deze nieuwe definitie heeft tot gevolg dat de inbreng of verpakking van een juridische constructie, van het eerste of het tweede type in een overeenkomst (bv. een verzekeringsovereenkomst), de toepassing van de doorkijkbelasting niet meer zal verhinderen;

3. uitkeringen van juridische constructies: uitkeringen van juridische constructies type 1 en type 2 worden voortaan op dezelfde wijze behandeld en zijn beiden belastbaar;

4. verbetering van het heffingsmechanisme: door de belasting van uitkeringen van alle types van juridische constructies kan het stelsel van de doorkijkbelasting sterk worden vereenvoudigd. Voortaan zal de doorkijkbelasting steeds in eerste instantie worden toegepast bij de oprichter van de constructie;

5. versterking van de antimisbruikbepalingen: de specifieke antimisbruikbepaling van artikel 344/1 WIB 1992 wordt aangepast. Dit om verrichtingen die worden gesteld door een juridische constructie zelf (maar niet noodzakelijk door de oprichter) te kunnen viseren en om de grondwettelijkheid en overeenstemming met het Europees recht te waarborgen;

6. de uitsluiting van de doorkijkbelasting bij uitoefening van daadwerkelijke economische activiteiten werd wettelijk beter afgelijnd. Nu staat er expliciet in de wet dat activiteiten die het beheer van het privévermogen van de oprichter of een van de oprichters van de juridische constructie tot doel hebben niet als daadwerkelijke economische activiteiten worden aanzien;

7. verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid: voortaan zijn gemachtigden van een buitenlandse rekening op naam van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die geen winsten of baten behaalt en niet aan de Ven.B. of RPB onderworpen is, belast worden op de roerende inkomsten van een juridische constructie die op dergelijke rekening worden uitbetaald.

Bron: Programmawet van 25 december 2017 , BS 29 december 2017

Gerelateerde opleiding

Op 06.03.2018 gaat de studienamiddag 'Rechtsmisbruik en fiscus' door.

Tijdens deze studienamiddag wordt aan de hand Europeese rechtspraak nagegaan of de benadering van het Hof inzake rechtsmisbruik impact heeft en bepalend is voor de toepassing van de Belgische algemene antimisbruikbepalingen.