Analyse van de conclusie van advocaat-generaal M. BOBEK van 18 oktober 2018 in zaak C‑535/17

„Een vordering tot schadevergoeding die voortvloeit uit de gemeenschappelijke regels van het burgerlijk recht en die door een curator uit hoofde van de hem in de nationale faillissementswet opgelegde verplichting tot beheer en vereffening van de failliete boedel, namens de gezamenlijke schuldeisers is ingesteld tegen een derde op grond dat die derde jegens de schuldeisers onrechtmatig heeft gehandeld, en waarvan de opbrengst ten goede komt aan de boedel, valt ratione materiae binnen het toepassingsgebied van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.”

 

Hoewel het in deze zaak een aansprakelijkheidsvordering naar Nederlands recht betreft, zal de uitspraak van het Hof - waarvan de schrijvers van het artikel veronderstellen dat deze conclusie zal gevolgd worden - wellicht ook op veel belangstelling van Belgische curatoren kunnen rekenen.

Ons Hof van Cassatie aanvaardt immers ook dat de curator een paulianeus geïnspireerde onrechtmatige daadsvordering kan instellen voor (verhaals)benadeling van de gezamenlijke schuldeisers, al lijkt die bij ons minder geproblematiseerd te zijn dan in Nederland.

Volledig artikel en bron: Corporate Finance Lab