Statutaire ambtenaren die door hun gedrag een ernstige individuele maatregel kunnen opgelegd krijgen, hebben het recht om daaromtrent voorafgaandelijk gehoord te worden.

Volgens een arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 juli 2017, geldt dit principe ook voor de contractuele personeelsleden in de publieke sector wanneer zij dreigen ontslagen te worden omwille van bijvoorbeeld een negatieve evaluatie van hun gedrag.

Deze uitspraak is opmerkelijk omdat sinds het Cassatiearrest van 12 oktober 2015 ervanuit gegaan werd dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de hoorplicht, niet van toepassing zijn op het ontslag van contractuele personeelsleden in de publieke sector.

Bron/Lees het volledige artikel: Sotra