In de recent verschenen wet met diverse bepalingen rond justitie, vinden we ook deze bepalingen terug:

"Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek, van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, met betrekking tot de werking van de Commissie voor Onderhoudsbijdragen, de vaststelling en afrekening van de buitengewone kosten en de vermeldingen in overeenkomsten die onderhoudsbijdragen vaststellen"

Het betreft titel 6 van de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, zoals verschenen in het BS van 31 december 2018.

Met deze bepalingen wordt een duidelijker kader geboden voor discussies na echtscheiding i.v.m. bijzondere uitgaven voor kinderen, zoals de aankoop van studiemateriaal of bepaalde reizen.

“In de gevallen waarin buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht, is aan de vereiste van een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord voldaan wanneer de ouder aan wie het verzoek tot akkoord wordt gericht bij aangetekende zending, elektronische aangetekende zending of faxbericht, nalaat hierop op dezelfde wijze te reageren binnen eenentwintig dagen, te rekenen van de dag na de verzending. Als het verzoek tijdens de schoolvakanties van minstens één week of meer geformuleerd is, wordt deze termijn tot dertig dagen verlengd.
Wanneer een uitgave wordt geweigerd, zal de betwisting door de meest gerede partij worden voorgelegd aan de bevoegde rechter."

Er moet nog een uitvoeringsbesluit komen waarin deze buitengewone kosten vastgelegd zullen worden, alsook de wijze van afrekening van deze kosten en welke buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht.

Zie ook onze eerdere berichten: "Buitengewone kosten voor je kind: wat telt en wat niet?"