De Belgische wetgever voerde in 2012 een antimisbruikbepaling in die de nationale rechter, de sociale zekerheidsinstanties en de sociale inspecteurs zouden toelaten om een frauduleuze A1-verklaring eenzijdig naast zich neer te leggen. 

In een recent arrest heeft het Europees hof de principieel bindende kracht van de A1-verklaring bevestigd en verduidelijkt dat Europese regelgeving lidstaten niet toelaat om in nationale wetgeving te voorzien dat een A1-verklaring buiten beschouwing kan worden gelaten in geval van fraude.

Volledig artikel en bron: Lydian

HvJ (Vijfde kamer), 11 juli 2018 (zaak C‑356/15)

Niet-nakoming – Sociale zekerheid – Verordening (EG) nr. 883/2004 – Artikelen 11 en 12 alsmede artikel 76, lid 6 – Verordening (EG) nr. 987/2009 – Artikel 5 – Detachering van een werknemer – Aansluiting bij een socialezekerheidsstelsel – Fraudebestrijding – A1-verklaring – Weigering van erkenning door de lidstaat waar de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend, in geval van fraude of misbruik

Lees hier de tekst van het arrest

 

Gerelateerde opleidingen

 

Dit arrest zal besproken worden tijdens het seminarie 'Werken met onderaannemers en zelfstandigen' dat doorgaat op 04.10.2018. Sprekers zijn dan Mr. Dieter Dejonghe en Mr. Veerle van Keirsbilck van Claeys & Engels.