In dit arrest stelt het Hof (o.a.) dat de rechtbank van de lidstaat waar de insolventieprocedure is geopend (i.e. het Verenigd Koninkrijk) exclusief bevoegd is voor de vordering tot niet-tegenstelbaarheid.

Volledig artikel en bron: TBH Actualiteit

Zie ook:

Arrest van het Hof (Negende kamer) van 4 december 2019

UB e.a. tegen WZ,en qualité de liquidateur judiciaire ou syndic de UB en Banque patrimoine et immobilier SA

Verzoek van Cour de cassation om een prejudiciële beslissing

Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Insolventieprocedures – Verordening (EG) nr. 1346/2000 – Artikel 3, lid 1 – Vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure of daar nauw op aansluiten – Verkoop van onroerend goed en vestiging van een hypotheek – Vordering tot niet-tegenwerpbaarheid die is ingesteld door de faillissementscurator – Artikel 25, lid 1 – Exclusieve bevoegdheid van de gerechten van de lidstaat waar de insolventieprocedure is geopend

Zaak C-493/18

 

Gerelateerde opleidingen

Op 13.02.2020 kan u in Leuven het seminarie 'Faillissementsrecht' bijwonen: Mrs. Eddy Van Camp en Ilse Mertens (EVC Advocaten Antwerpen) geven dan een uitgebreid overzicht van de recente rechtspraak in het faillissementsrecht.