Twee belangrijke stellingen in dit arrest:

1. Verzet artikel 12 Zesde Richtlijn zich tegen een actio pauliana nadat een splitsing van kracht is geworden en dit terwijl de schuldeisers geen gebruik hebben gemaakt van het in het nationale recht voorziene beschermingsinstrument?

Artikel 12 Zesde Richtlijn voorziet in een minimumbescherming voor schuldeisers wat niet belet dat lidstaten extra beschermingsinstrumenten aanbieden. Daarnaast blijkt uit artikel 12 Zesde richtlijn niet dat schuldeisers, die nalaten om zich te beroepen op een van de beschermingsinstrumenten die in het nationaal recht zijn vastgelegd, geen gebruik kunnen maken van andere beschermingsinstrumenten buiten dit artikel.

 

2. Valt de ingestelde actio pauliana onder het begrip nietigheid van artikel 19 Zesde Richtlijn?

Op basis van vaststaande rechtspraak verwijst het begrip nietigheid naar vorderingen tot nietigverklaring van een handeling, als gevolg waarvan deze handeling tenietgaat en die rechtswerking hebben ten aanzien van eenieder (rn. 80). Echter, de ingestelde actio pauliana maakt het enkel mogelijk dat de betrokken splitsing niet aan de betrokken schuldeisers kan worden tegengeworpen. Deze vordering heeft geen invloed op de geldigheid van de splitsing, doet haar niet teniet en heeft geen rechtswerking ten aanzien van eenieder (rn. 86). Bijgevolg valt de actio pauliana niet onder het begrip nietigheid in de zin van artikel 19 Zesde Richtlijn en verzet dit artikel zich dus niet tegen het instellen van deze vordering.

Volledig artikel en bron: THB Actualiteit