De termijn van drie maanden, zoals bedoeld in artikel XX.173, §2 WER, moet worden beschouwd als een vervaltermijn. De expliciete vermelding van de vervalsanctie in de wettekst is daarvoor niet noodzakelijk. Anders oordelen zou afbreuk doen aan een duidelijke wettelijke bepaling en zou de afwikkeling van de faillissementsprocedure kunnen vertragen.

Dat de aangifte van het faillissement via RegSol (het Centraal Register Solvabiliteit) is gebeurd door een gevolmachtigde medewerker van Dyzo (dienstverlener die zelfstandige ondernemers in moeilijkheden begeleidt), die naliet om de kwijtschelding te vragen, is geen verantwoording om de wettelijke bepalingen te negeren, temeer de gefailleerde dit verzoek zelf nog tot drie maanden na de publicatie van het faillissementsvonnis in het Belgisch Staatsblad kon indienen.

Bron en vindplaats: NJW 2019, afl. 405, 529, noot DE LEO, F.

Gerelateerde opleidingen

Op dag 4 van onze Zomerse wetsdagen staat het insolventierecht centraal, met 2 sessies:

  1. Overzicht van recente rechtspraak insolventierecht en zekerhedenrecht met Dr. Roel Fransis
  2. Voorlopige maatregelen en de overname van ondernemingen in moeilijkheden (overdracht onder gerechtelijk gezag, overname uit een faling) met mr. Virginie Frémat