De vernietiging werd uitgesproken op vraag van 3 klimaatorganisaties en 2 vakbonden en betreft de volledige ‘wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding’ vernietigd.

De mobiliteitsvergoeding is een vergoeding die de werknemer ontvangt van zijn werkgever, in ruil voor het inleveren van zijn bedrijfswagen.

Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat de wetgever met de mobiliteitsvergoeding een duurzame milieudoelstelling nastreeft. Door de bedrijfswagen te vervangen door een vergoeding die op fiscaal en sociaal vlak voor alle partijen – werknemer, werkgever en Staat – neutraal is, zou het aantal bedrijfswagens in het woon-werkverkeer afnemen. Maar het Hof is erg kritisch voor de manier waarop de wetgever dat doel van duurzame mobiliteit heeft uitgeschreven in de wet.

De ‘wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding’ creëert immers een verschil in behandeling tussen werknemers die geen mobiliteitsvergoeding genieten en van wie het volledige loon onderworpen is aan de fiscale en sociale bijdragen, en werknemers die een vrij te besteden mobiliteitsvergoeding krijgen die aan een bijzonder gunstig fiscaal en sociaal regime onderworpen is. De wetgever gaf geen redelijke verantwoording voor dat onderscheid.

De werknemer met ‘cash for car’ kan die financiële vergoeding vrij aanwenden, bijvoorbeeld om zijn privévoertuig te gebruiken voor woon-werkverplaatsingen, en dat doet afbreuk aan het doel van duurzame mobiliteit. Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding wordt bovendien berekend op de catalogusprijs van de laatst ingeleverde wagen, zonder dat er enige link is met het daadwerkelijk aantal afgelegde kilometers tussen de woon- en werkplaats.

En dan blijken er ook nog enkele werknemers te zijn die méérdere bedrijfswagens kregen van hun werkgever. Het volstaat dat zij één bedrijfswagen inleveren om bedrijfswagen en mobiliteitsvergoeding te kunnen combineren.

Het Grondwettelijk Hof beslist dan ook om de volledige wet te vernietigen. Om de werknemers die hun bedrijfswagen intussen hebben ingeleverd niet in de problemen te brengen, worden de gevolgen van de vernietigde wet gehandhaafd tot er nieuwe wetsbepalingen in werking treden en ten laatste tot 31 december 2020.

Toch zal de impact van deze vernietiging niet erg groot zijn - volgens cijfers van sociaal secretariaat SD heeft amper 1% van de werknemers die in aanmerking kwamen voor de ruil, gebruik gemaakt van de maatregel ...

Bron: GwH 23 januari 2020, nr. 11/2020.