Grondwettelijk Hof vernietigt Vlaamse energietaks wegens schending van de bevoegdheidverdelende regels

Energiebeleid - Vlaams Gewest - Heffingen - Heffing op de afnamepunten van elektriciteit - Turteltaks - Belastbare materie - Eigen fiscale bevoegdheid van de gewesten.

Samenvatting arrest:
Het Hof vernietigt de artikelen 129 tot 134 en artikel 135, 18°, van het Vlaamse decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 en, vanwege het onlosmakelijke verband, het decreet van het Vlaamse Gewest van 3 februari 2017 houdende wijziging van artikel 14.1.2 en artikel 14.2.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.

De decreetgever heeft met de bestreden bepalingen de bij het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 ingevoerde Vlaamse « heffing op de afnamepunten van elektriciteit », « Bijdrage Energiefonds » genaamd, wezenlijk hervormd en verruimd. Zoals zij was bepaald bij het decreet van 19 december 2014, verschilde de belastbare materie van de heffing, die oorspronkelijk werd gevormd door het afnamepunt op een distributienet in het Vlaamse Gewest, daadwerkelijk van die van de federale bijdrage die was ingevoerd bij artikel 21bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wegens het forfaitaire karakter van die heffing en wegens de omstandigheid dat elke houder van een afnamepunt die heffing verschuldigd was louter wegens het bestaan van dat afnamepunt, los van de afgenomen hoeveelheid elektriciteit, zelfs indien die hoeveelheid gelijk was aan nul of negatief was.

Uit de wijzigingen die bij de bestreden bepalingen zijn ingevoerd, alsook uit de parlementaire voorbereiding die heeft geleid tot de aanneming ervan, is het feit dat aanleiding geeft tot de heffing niet langer uitsluitend verbonden aan het bestaan van een afnamepunt waarvan de heffingsplichtige houder is. Het verband met de verbruikte hoeveelheid elektriciteit voor het vaststellen van die heffing is zodanig nauw dat niet meer kan worden besloten tot het fundamenteel verschillende karakter van de belastbare materie ten opzichte van de federale bijdrage.

Hoewel nog steeds een forfaitair basisbedrag wordt geïnd terwijl voor bepaalde afnamepunten geen enkel verbruik wordt vastgesteld – wat op zich zou kunnen leiden tot de overweging dat, wat die afnamepunten betreft, het niet gaat om een dubbele belasting ten opzichte van de federale bijdrage –, wordt het bedrag van de heffing eveneens vastgesteld, ten laste van de heffingsplichtige, op basis van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik, dat zelf wordt berekend op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen. Doordat de in het geding zijnde heffing op die manier gekoppeld is aan die afgenomen hoeveelheid elektriciteit, heeft zij tot gevolg dat aan de houder van een afnamepunt een belasting wordt opgelegd die niet kan worden onderscheiden van die waarin is voorzien in de federale bepalingen die het elektriciteitsverbruik zelf belasten.

Teneinde de rechtsonzekerheid en de administratieve en juridische moeilijkheden te vermijden die een vernietiging met terugwerkende kracht zou teweegbrengen terwijl de vernietigde bepalingen uitwerking hebben gehad sinds 1 maart 2016, dienen de gevolgen van de vernietigde bepalingen met toepassing van artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof te worden gehandhaafd voor de heffingsjaren 2016 en 2017.


Bron: Grondwettelijk Hof nr. 83/2017, 22 juni 2017

Referentieregel: Grondwettelijk Hof nr. 83/2017, 22 juni 2017 (Ronald De Wilde, Jef Hendriks, Antoine Buedts, e.a.), http://www.const-court.be (22 juni 2017); BS 7 juli 2017 (eerste uitgave) (uittreksel), 71056 en http://staatsblad.be (10 juli 2017); Fiscoloog 2017 (samenvatting CB), afl. 1527, 11 en http://www.fiscoloog.be/ (6 juli 2017); RW 2017-18 (samenvatting), afl. 1, 40 en http://www.rw.be/ (8 september 2017)

Gerelateerde opleiding

Energierecht is een relatief nieuwe en complexe rechtstak. Tijdens de studienamiddag 'Energierecht: een praktijkgerichte benadering' staan we stil bij de belangrijkste ontwikkelingen die zich recentelijk hebben voorgedaan in dit nieuwe rechtsdomein.