De forfaitaire waarderingsregels voor kosteloze beschikking over onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen zijn opgenomen in artikel 18 KB/WIB 1992, maar maken in de berekeningswijze een onderscheid naargelang terbeschikkingstelling door een natuurlijke of door een rechtspersoon.

In navolging van eerdere rechtspraak van de hoven van beroep van Antwerpen en Gent waarin dit onderscheid veroordeeld werd, heeft het hof van beroep te Gent opnieuw in een arrest van 20 februari 2018 geoordeeld dat – gelet op de vastgestelde schending van het gelijkheidsbeginsel – wel degelijk de algemene (gunstigere) regel van de forfaitaire vaststelling dient te worden toegepast. De waardering van het voordeel op basis van de werkelijke huurwaarde werd dus afgewezen door het hof.

Volledig artikel en bron: Sherpa Law

 

Gerelateerde opleiding

ijdens onze studiedag "Vennootschapsconstructies" bekijken we o.m. de patrimoniumvennootschap van naderbij.