Volgens het Hof van Cassatie moet de Arbeidsovereenkomstenwet zo worden geïnterpreteerd dat hij zich ertegen verzet dat een publiekrechtelijke werkgever niet tot ontslag van een arbeidscontractant zou mogen overgaan zonder de betrokkene vooraf te hebben gehoord. Als dat laatste moet op grond van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, zo redeneert het Hof van Cassatie, kan dat beginsel geen afbreuk doen aan een duidelijke bepaling van de wet, die niet in een voorafgaand verhoor voorziet (zie SoCompact nr. 44-2015).

In een arrest van 22 februari 2018 verklaart het Grondwettelijk Hof die interpretatie ongrondwettig: zij discrimineert contractueel tewerkgestelde personeelsleden van de overheid in vergelijking met statutaire ambtenaren, die zich wel op de hoorplicht kunnen beroepen.

Volledig artikel en bron: SoConsult - Willy Van Eeckhoutte

GwH 22 februari 2018, nr. 22/2018

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (art. 35) - Schending of geen schending, afhankelijk van de interpretatie

Ambtenarenzaken - Personeel in dienst genomen bij arbeidsovereenkomst - Ontslag om dringende reden - Verplichting voor de overheid om de werknemer te horen vóór zijn ontslag

 

Gerelateerde opleiding

Naar jaarlijkse gewoonte organiseren wij de studienamiddag "Actualia Ontslagrecht" met Mr. Bart Vanschoebeke en Mr. Ann Witters (Claeys & Engels).

Deze studienamiddagen gaan dit jaar door op 15.05.2018 in Sint-Niklaas en op 19.06.2018 in Leuven.