In haar arrest van 12 december 2019 vernietigde de Raad van State art. 4 van het KB van 9 oktober 2018 en art. 1 van het MB van 9 oktober 2019, waardoor de verplichting voor advocaten om bijvoorbeeld voor de elektronische neerlegging van een conclusie gebruik te maken van het DPA-platform (en dus niet meer rechtstreeks van E-Deposit).

Volgens de RvS heeft de wetgever aan de uitvoerende macht geen machtiging gegeven om zulk een verplichting op te leggen.

Bewust van de belangrijke impact die dit arrest zou hebben op de advocatenpraktijk, besliste de Raad van State om de gevolgen van hogervermelde bepalingen voor het verleden te handhaven, en de gevolgen van hogervermelde bepalingen voor de toekomst te handhaven tot 12 januari 2020.

Lees hier de tekst van het arrest van de Raad van State.

Volledig artikel en bron: TBH Actualiteit

Gerelateerde opleidingen

De recente wijzigingen aan de burgerlijke procedure door o.m. Potpourri VI en VII komen uitgebreid aan bod tijdens het seminarie Actualia Burgerlijk Procesrecht.