De installatie van de nieuwe Federale Bemiddelingscommissie heeft vertraging opgelopen. Daarom mogen de vormingsinstellingen van de bemiddelaars die tot 1 januari 2019 actief waren die opleidingen blijven verstrekken tot 1 september 2020.

De wet van 18 juni 2018 op de alternatieve vormen van geschillenoplossing heeft – inzonderheid – de Federale Bemiddelingscommissie grondig hervormd. Zo werd haar samenstelling gewijzigd en werden nieuwe opdrachten aan haar toevertrouwd, zoals het opstellen en goedkeuren van de minimumprogramma's inzake theoretische en praktische opleiding van de bemiddelaars.

Om de Commissie de kans te geven deze nieuwe functies in te vullen, werd in een overgangsperiode tot 1 september 2019 voorzien. Tijdens die periode mogen de vormingsinstellingen van de bemiddelaars die deze opleidingen al op 1 januari 2019 verstrekten, deze blijven organiseren volgens dezelfde voorwaarden en modaliteiten (opleidingen “oude formule”).

Nu blijkt evenwel dat de oprichtingsprocedure van de nieuwe Federale Bemiddelingscommissie vertraging opgelopen heeft en dat zij de nieuwe opleidingsprogramma’s nog niet heeft kunnen invoeren of goedkeuren. Daarom wordt de overgangsperiode waarin de opleidingen volgens de oude formule georganiseerd mogen worden met één jaar verlengd, hetzij tot 1 september 2020.

Aangezien de opleidingen “oude formule” nog een jaar langer gegeven mogen worden, moet ook de einddatum voor het verkrijgen van de erkenning voor die opleidingen met een jaar opgeschoven worden. De personen die deze opleiding gevolgd en met succes beëindigd hebben, kunnen zo erkend worden tot 1 september 2021.

Deze wijzigingen sinds van kracht sinds 29 juni 2019.

Bron: Wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank, BS, 19 juni 2019 (art. 121 en 122)