In de context van het beroep tot vernietiging van de wet betreffende het verzamelen en het bewaren van elektronische gegevens beslist het Grondwettelijk Hof om drie prejudiciƫle vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen.

1. Dat Hof moet bepalen of het Europees recht verbiedt dat de wet, op algemene wijze, aan de operatoren en aanbieders van elektronische communicatie de verplichting oplegt om de verkeers- en locatiegegevens te bewaren, bewaring die niet alleen het onderzoeken, opsporen en vervolgen van feiten van zware criminaliteit ten doel heeft, maar ook het waarborgen van de nationale veiligheid, de verdediging van het grondgebied en van de openbare veiligheid of het onderzoeken en vervolgen van andere feiten dan die van zware criminaliteit.

2. Hetzelfde Hof van Justitie dient eveneens te bepalen of het Europees recht die algemene bewaarplicht verbiedt, zelfs indien die tot doel heeft een effectief strafrechtelijk onderzoek en een daadwerkelijke bestraffing van seksueel misbruik van minderjarigen mogelijk te maken wanneer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen.

3. Indien zulks het geval zou zijn, wenst het Hof te weten of het ertoe gemachtigd zou zijn de gevolgen te handhaven van de bestreden wet, die in strijd met het Europese recht zou blijken te zijn.

Bron: LegalNews.be