Cass. 20 september 2013

Artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan het eerste lid bepaalt dat niemand kan worden genoodzaakt in onverdeeldheid te blijven en dat de verdeling te allen tijde kan worden gevorderd, niettegenstaande enige hiermee strijdige verbodsbepaling, is niet van toepassing op de vrijwillige onverdeeldheid in hoofdzaak.

De onverdeeldheid van de partijen met betrekking tot een goed (in casu roerend) dat zij samen hebben aangekocht en waarvan zij gebruikmaakten in de uitoefening van hun beroep is een dergelijke onverdeeldheid.

Cass. 6 maart 2014 bevestigt dit: bij verval van het tontinebeding wegens de beëindiging van de relatie ontstaat een gewone onverdeeldheid. De aard van de onverdeeldheid is bijgevolg gewijzigd van een conventionele onverdeeldheid ten tijde van het tontinebeding in een gewone onverdeeldheid na beëindiging van de relatie. 

Volledig artikel en bron: Steven Brouwers/LegalNews.be

Gerelateerde opleidingen

Mr. Steven Brouwers behandelt dit onder meer tijdens de studienamiddag ‘EOT: de vermogensrechtelijke overeenkomst. Met speciale aandacht voor de impact  van de hervorming van het erf- en huwelijksvermogensrecht  en de procedurele wijzigingen door de wet van 25 mei 2018’, welke doorgaat in Kontich op 22 november 2018