Samenvatting

Noch uit de omstandigheid dat de borg zich tegenover de schuldeiser ertoe verbindt de schuld van de hoofdschuldenaar te betalen en slechts tot betaling verschuldigd is wanneer laatstgenoemde in gebreke blijft, noch uit de omstandigheid dat de borg in sommige gevallen, nog vóór te hebben betaald, tegen de schuldenaar kan optreden, moet noodzakelijkerwijs worden afgeleid dat op de datum van het sluiten van de overeenkomst die de verbintenis van de hoofdschuldenaar en die van de borg vaststelt, beiden in hun verhouding tot de schuldeiser een onderscheiden belang hebben. (Art. 1325, eerste en tweede lid BW).

Referentieregel

Cass. (1e k.) AR C.18.0289.F, 7 februari 2019 (H.A. / Europstar International sprl)

Vindplaats:

Juridat: http://www.cass.be (21 februari 2019); JT 2019, afl. 6773, 387 en http://jt.larcier.be/ (18 juni 2019), noot GLANSDORFF, F.

Lees hier de tekst van het arrest.

 

Gerelateerde opleidingen

Tijdens de webinar "Borgtocht" zullen naast de bestaansvoorwaarden van deze rechtsfiguur, enkele ‘capita selecta’ aan bod komen met een analyse van de verhouding tussen de 3 hoofdpartijen: schuldeiser, schuldenaar en borg.