In geschillen betreffende hun arbeidsovereenkomst kunnen leden van het boordpersoneel zich wenden tot de rechter van de plaats van waaruit zij het belangrijkste deel van hun verplichtingen tegenover hun werkgever vervullen.
De nationale rechter moet die plaats bepalen aan de hand van alle relevante omstandigheden. De "thuisbasis" van de werknemer vormt daarbij een belangrijke aanwijzing.

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)- 14 september 2017 
Gevoegde zaken C‑168/16 en C‑169/16
„Prejudiciële verwijzing – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Rechterlijke bevoegdheid – Bevoegdheid voor individuele arbeidsovereenkomsten – Verordening (EG) nr. 44/2001 – Artikel 19, punt 2, onder a) – Begrip ‚plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt’ – Luchtvaartsector – Cabinepersoneel – Verordening (EEG) nr. 3922/91 – Begrip ‚thuisbasis’”

Zie ook: Perscommuniqué nr. 97/2017 - 14 september 2017