Samenvatting
Een fundamenteel verschil met de beëindigingsgrond bij een nieuw huwelijk of een nieuwe wettelijke samenwoning bestaat er in dat de onderhoudsplicht niet automatisch eindigt als de ex-echtgenoot feitelijk samenleeft met een nieuwe partner, doch enkel na een rechterlijke beslissing op verzoek van de uitkeringsplichtige. De ratio daarvan is gelegen in het feit dat tussen feitelijk samenwonende partners niet automatisch een economische solidariteit ontstaat. De alimentatierechter heeft ter zake dus enige beoordelingsmarge.

Het criterium “samenleven met een ander als waren zij gehuwd” veronderstelt kennelijk dat de onderhoudsgerechtigde ex-echtgenoot een nieuwe seksueel-affectieve samenwoning is aangegaan, die vergelijkbaar is met deze van een huwelijk, zonder dat de partijen een huwelijk of wettelijke samenwoning aangingen. Vereist is dus dat deze partners bestendig met elkaar samenleven en een gemeenschappelijke huishouding voeren, en waarbij beide partners bijdragen in de lasten van het samenleven.

Referentieregel
Antwerpen nr. 2017/FA/816, 29 mei 2018

Vindplaats
RABG 2018, afl. 13, 1210, noot BROUWERS, S.

Gerelateerde opleidingen

Tijdens het seminarie 'Rechtspraakoverzicht Echtscheiding en uitkering na echtscheiding', geeft Mr. Steven Brouwers zowel een overzicht van de voornaamste wetswijzigingen als een overzicht van de belangrijkste rechtspraak (voornamelijk de arresten van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Cassatie) en dit over de periode 2012 - 2019.