Bespreking van het arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 6 juni 2019

De juridische dienstverlening door een advocaat, als raadsman/-vrouw in een geschil of precontentieuze procedure, valt niet onder de werkingssfeer van de aanbestedingsvoorschriften. Er is immers sprake van een relatie intuitu personae tussen de advocaat en diens cliënt, waarin vertrouwelijkheid heerst, ongeacht of het daarbij gaat om een geschil of een precontentieuze procedure. Dat is de essentie van het arrest dat de rechter van het Hof van Justitie op 6 juni 2019 heeft gewezen

P. M. e.a. tegen Ministerraad

Verzoek van Grondwettelijk Hof om een prejudiciële beslissing

Prejudiciële verwijzing – Procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten – Richtlijn 2014/24/EU – Artikel 10, onder c) en onder d), i), ii) en v) – Geldigheid – Werkingssfeer – Uitsluiting van arbitrage- en bemiddelingsdiensten en bepaalde rechtskundige diensten – Beginsel van gelijke behandeling en subsidiariteitsbeginsel – Artikelen 49 en 56 VWEU

Zaak C-264/18 - Lees hier de volledige tekst van dit arrest

Volledig artikel en bron: Equal advocaten