Aansprakelijkheid voor dieren, algemeen | Zorgvuldigheidsnorm (onrechtmatige daad) | Eigenaar of bewaarder van een dier (aansprakelijkheid | Fout slachtoffer en overmacht (aansprakelijkheid voor dieren)

Samenvatting 

Het vermoeden van artikel 1385 van het Burgerlijk wetboek is van toepassing van zodra er schade werd toegebracht door een dier waarover de bewaarder toezicht had. De bewaarder kan het bestaan van een oorzakelijk verband tussen de daad van het dier en de schade betwisten. Dit is het geval wanneer de bewaarder van het dier inroept dat het gedrag van het dier niet abnormaal noch onvoorzienbaar was, en de schade uitsluitend toe te schrijven is aan een andere oorzaak, de fout van het slachtoffer of het optreden van een derde.

Door de eigendom van zijn afwezige buur binnen te dringen, zonder hiertoe te zijn uitgenodigd, zonder hem te verwittigen, en goed wetend dat er drie honden aanwezig waren, heeft de eiser zich niet gedragen als een normaal voorzichtig en zorgvuldig persoon.

Het gedrag van de honden is echter geen normale reactie uit loutere verdediging die enkel te wijten zou zijn aan de onvoorzichtigheid van de eiser. De wilde aanval van de honden blijft deels abnormaal en onvoorzienbaar.

De eiser en de bewaarder dragen derhalve elk de helft van de aansprakelijkheid.

 

Referentieregel

Luik (20e k.) 1 februari 2019

Vindplaats

RGAR 2019, afl. 6, nr. 15590