Bijdragen die worden gestort voor de opbouw van een aanvullend pensioen moeten de zogenaamde 80%-regel naleven om fiscaal aftrekbaar te zijn.

Dit houdt in dat de aanvullende prestaties die door middel van deze bijdragen worden opgebouwd over een volledige loopbaan, samen met het wettelijk pensioen, niet hoger mogen zijn dan 80% van de laatste normale brutojaarbezoldiging.

De geïndexeerde bedragen van het wettelijk pensioen waarmee rekening moet worden gehouden zijn bekend voor 2018. In de verzekerde prestaties wordt echter geen rekening gehouden met de indexering van de lopende renten. De indexeringscoëfficiënt 2018 die van toepassing is op de lopende renten werd onlangs bekendgemaakt.

Bron: Circulaire nr. 2019/C/27 betreffende de grensbedragen inzake aanvullende pensioenen, te raadplegen via www.fisconetplus.be

Gerelateerde opleidingen

Op 04.06.2019 organiseren wij in Kontich een studienamiddag met actuele topics inzake aanvullende pensioenen (met focus op de regeling voor zelfstandigen). Spreker Paul Van Eesbeeck bespreekt dan de voornaamste nieuwigheden.